Home


Gedragscode voor (medewerkers van)

Het Verschil
Parklaan 18
Groningen

Het doel van deze gedragscode is het nader omschrijven van het begrip “goed vakmanschap”, zoals bedoeld in artikel 4, lid 1 van de Algemene Voorwaarden van Het Verschil. De gedragscode vormt een integraal onderdeel van deze Algemene Voorwaarden.

In de gedragscode wordt verstaan onder:

medewerker: een medewerker van Het Verschil
cliënt: degene voor wie een opdrachtgever de dienstverlening van Het Verschil inkoopt
traject: de tussen partijen overeengekomen door Het Verschil te leveren diensten en producten


Uitgangspunten
Het Verschil gaat er van uit dat:
1. de cliënt uiteindelijk zelf het beste weet wat goed voor hem is en zowel in zijn privé - als in zijn professioneel bestaan zelf, op basis van eigen afwegingen, kan beslissen wat hij wél of niet wil. Dientengevolge is de cliënt ook zelf verantwoordelijk voor de keuzen die hij maakt en is hij in persoon aanspreekbaar op zijn gedrag.
2. de cliënt en de medewerker elkaar volkomen gelijkwaardig zijn, in die zin dat beiden unieke en complete mensen zijn, vol mogelijkheden.
3. tijdens de uitvoering van het traject de doelen, middelen en keuzen van de cliënt prioriteit hebben boven die van de medewerker.
4. de vertrouwelijkheid en de relatie tussen cliënt en medewerker staan voorop. Dit betekent onder meer, dat de medewerker slechts informatie aan de opdrachtgever verstrekt na voorafgaand overleg met de cliënt.

De gedragscode heeft vier onderdelen:
1. Respect
2. Integriteit
3. Verantwoordelijkheid
4. Professionaliteit


1. Respect
Respect duidt op het erkennen en eerbiedigen van waarden in het algemeen en iemands persoonlijke en menselijke waardigheid in het bijzonder. Een medewerker brengt dit tot uitdrukking door onderstaande gedragsregels na te leven:
1. Hij benadert en behandelt ieder mens als gelijkwaardig.
2. Hij laat zijn cliënt de ruimte om eigen beslissingen te nemen en veranderingen in eerder genomen beslissingen aan te brengen, rekening houdend met eigen normen, waarden, prioriteiten en levensovertuiging.
3. Hij houdt rekening met het ontwikkelingsniveau, de mogelijkheden en behoeften van de cliënt.
4. Hij dient zich vóór de aanvang van het traject ervan te gewissen, dat zowel de opdrachtgever als de cliënt over dezelfde informatie beschikken voor wat betreft doel en opzet van het traject en de voorgenomen werkwijze. De opdracht kan slechts doorgang vinden als over doel en opzet tussen hen overeenstemming bestaat. Bij wijziging van de situatie of van de opdracht dient de medewerker tot hernieuwde afspraken te komen.


2. Integriteit
De medewerker streeft naar integriteit in zijn beroepsuitoefening. In zijn handelen betoont de medewerker eerlijkheid, betrouwbaarheid, gelijkwaardige behandeling en openheid tegenover de cliënt.
Hij schept tegenover alle betrokkenen duidelijkheid over de rollen die hij vervult en handelt in overeenstemming daarmee.
1. Hij is eerlijk en oprecht. Hij zegt wat hij doet en doet wat hij zegt.
2. Hij laat zich niet in met praktijken die de wet overschrijden of algemeen aanvaarde regels van fatsoen te buiten gaan. Hij laat zich niet in diskrediet brengen.
3. Hij gedraagt zich in woord en daad eerzaam en fatsoenlijk in zijn relaties, en brengt de cliënt niet in verlegenheid.
4. Hoewel hij zelfbewust optreedt en handelt, dringt hij zich nergens op de voorgrond en blijft hij bescheiden.
5. In situaties waarin hij met de cliënt of anderen van mening verschilt, of waarin compromissen gesloten moeten worden, blijft hij redelijk en schappelijk en houdt hij de dialoog open.
6. Hij gaat tactvol en beschaafd met mensen om, en past zich wanneer dat nodig is in redelijkheid aan aan de omstandigheden, in het bijzonder aan gewoonten en gebruiken van de cliënt, zonder zijn persoonlijke authenticiteit prijs te geven.
7. Hij gaat vertrouwelijk om met alle informatie over de cliënt die hij direct, indirect of door enige andere bron heeft ontvangen, en vrijwaart de cliënt van misbruik en ongeautoriseerd openbaar worden van data.
8. Hij maakt geen misbruik van situaties, omstandigheden of kennis waarin de cliënt afhankelijk van hem is, noch om zichzelf of andere relaties te bevoordelen, noch om de cliënt of relaties van de cliënt te benadelen.

3. Verantwoordelijkheid
Een medewerker neemt door het aangaan van een vertrouwensrelatie verplichtingen op zich die niet alleen een beroep doen op zijn verantwoordelijkheidsgevoel, maar die ook repercussies hebben op de maatschappij in het algemeen en alle betrokkenen bij het traject in het bijzonder. Hij zorgt ervoor dat, voor zover dat in zijn vermogen ligt, dat zijn diensten en de resultaten van zijn beroepsmatig handelen niet worden misbruikt. De verantwoordelijkheid van de medewerker wordt zichtbaar doordat hij zich aan volgende gedragsregels houdt:
1. Hij onderkent de macht die inherent is aan zijn positie en beseft dat hij zowel bewust, als onbewust invloed uit kan oefenen op de cliënt en mogelijk ook op derden.
2. Hij kent zowel de beperkingen van zijn beroep als de grenzen van zijn persoonlijke competenties en zorgt ervoor dat hij geen van beide overschrijdt.
3. Hij is zich bewust van zijn persoonlijke waardigheid en heeft inzicht in de invloed daarvan op de uitvoering van zijn werkzaamheden.
4. Hij aanvaardt waar nodig samenwerking met anderen.

4. Professionaliteit
Een medewerker streeft naar het verwerven en handhaven van een hoog niveau van professionaliteit. Hij neemt de grenzen van zijn deskundigheid in acht en de beperkingen van zijn ervaring. Hij levert alleen diensten en gebruikt alleen methoden en technieken waarvoor hij door opleiding, training en/of ervaring is gekwalificeerd.
1. Hij neemt zichzelf regelmatig onder de loep, doet aan zelfreflectie en past zelfanalyse toe om na te gaan hoe en in welke richting hij zichzelf zal ontwikkelen, om optimaal te kunnen blijven functioneren..
2 . Hij houdt zich op de hoogte van ontwikkelingen, staat open voor nieuwe inzichten en onderzoekt nieuwe methoden op zijn vakgebied.

Home

Home